School voor speciaal basis onderwijs

Protocol bij symptomen COVID-19

Protocol voor leerlingen en personeel

Mag een leerling of personeelslid naar school komen als deze persoon verkoudheidsklachten of andere corona gerelateerde klachten heeft?

Neusverkouden leerlingen tot 13 jaar zonder andere klachten en die niet in contact zijn geweest met iemand die positief getest is mogen gewoon naar school.

Zowel leerlingen als onderwijspersoneel die aanhoudende klachten hebben met een voor hen bekende oorzaak (hooikoorts of chronische verkoudheidsklachten) hoeven niet geweerd te worden, tenzij de symptomen veranderen.

Bij klachten anders dan iemand gewend is, moet de leerling of het personeelslid thuisblijven tot de (nieuwe) klachten voorbij zijn. Ouders en onderwijspersoneel kunnen bij twijfel contact leggen met de huisarts.

Indien niet getest:

  • Een leerling met klachten passend bij het coronavirus (hoesten en/of koorts en/of verminderd ruiken en proeven) moet thuisblijven tot hij/zij 24 uur klachtenvrij is. Ouders melden de ziekte van hun kind bij de school en/of kinderopvangorganisatie, en die registreert dit.
  • Een personeelslid met klachten passend bij het coronavirus (neusverkoudheid en/of hoesten en/of koorts en/of verminderd ruiken en proeven) moet thuisblijven tot hij/zij 24 uur klachtenvrij is.

Indien positief getest:

  • Een leerling of personeelslid met klachten moet vanaf het moment dat de klachten ontstaan totdat de testuitslag bekend is, thuisblijven.
  • Een leerling of personeelslid die positief getest is op corona moet thuisblijven en uitzieken tot minstens 7 dagen na het ontstaan de klachten en mag pas weer naar school als hij/zij geen klachten meer heeft.

Indien negatief getest:

  • Een leerling of personeelslid met klachten moet vanaf het moment dat de klachten ontstaan totdat de testuitslag bekend is, thuisblijven.
  • Een leerling of personeelslid die negatief getest is op corona, mag weer naar school.

 

Wat moet een school doen bij een (verdenking op een) besmetting? 

Het is gebruikelijk dat scholen uitbraken van infectieziekten melden bij de GGD afdeling infectieziektebestrijding. De schoolleider of locatiemanager meldt een ongewoon aantal gevallen van een ziekte van vermoedelijk infectieuze aard bij de GGD. Dit geldt ook voor (mogelijke) coronavirusinfecties. Daarbij is een ongewoon aantal voor het primair onderwijs vastgesteld op 3 of meer.

Wat gebeurt er als er een besmetting is vastgesteld op school? 

Bij alle patiënten met een bevestigde coronavirusinfectie doet de GGD bron- en contactonderzoek. De GGD vraagt dan aan de patiënt met wie hij precies contact heeft gehad in de besmettelijke periode en neemt zo nodig maatregelen om verdere verspreiding tegen te gaan. Huisgenoten van een COVID-19-patiënt moeten tot 10 dagen na het laatste contact met de patiënt in thuisquarantaine blijven. Dat is omdat zij tot 10 dagen na het laatste contact nog ziek kunnen worden. Welke maatregelen precies genomen moeten worden op de school en of er meer personen getest moeten worden is afhankelijk van de omstandigheden en wordt bepaald door de GGD. De GGD neemt daarover contact op met de school.

Als een leerling contact heeft gehad met iemand met een bevestigde COVID-19 (minimaal 15 minuten binnen 1,5 meter) dan moet de leerling thuisblijven en is het belangrijk om de leerling te testen als hij/zij klachten krijgt. Na de test blijft de leerling thuis in afwachting van de testuitslag. Een leerling die negatief getest is kan weer naar school.

Een leerling die positief getest is op corona moet thuisblijven en uitzieken tot minstens 7 dagen na het ontstaan de klachten en mag pas weer naar school als hij/zij geen klachten meer heeft.

Een leerling zonder klachten gaat 10 dagen in quarantaine vanaf het moment dat het nauwe contact plaatsvond.

 

Heeft de medezeggenschapsraad (MR) een rol bij het inzetten van noodplannen?

 Wettelijk gezien heeft de MR in de meeste gevallen instemmingsrecht bij noodmaatregelen, omdat deze maatregelen grote impact hebben op de manier waarop het onderwijs wordt georganiseerd. Een noodplan betekent doorgaans een afwijking van het schoolplan. Het gaat hier om een noodsituatie, zodat er meestal snel moet worden besloten. Van de MR mag daarom alle medewerking en voortvarendheid worden verwacht.

Gaat het om gemeenschappelijke maatregelen voor alle scholen onder één schoolbestuur dan is niet de MR maar de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) aan zet:

Over maatregelen die de gezondheid van het onderwijspersoneel raken wordt in samenspraak met de personeelsgeleding van de (G)MR afspraken gemaakt.

  

Protocol voor personeel

De school past de RIVM-adviezen en richtlijnen toe die gelden voor het onderwijs:

Een personeelslid met de volgende (luchtweg)klachten blijft thuis:

• Neusverkoudheid.

• Hoesten / keelpijn

• Moeilijk ademen/benauwdheid.

• Tijdelijk minder ruiken en proeven.

• Koorts boven 38 °C blijft thuis.

• Wanneer een personeelslid positief getest is op corona, moet hij/ zij ten minste 7 dagen thuisblijven en uitzieken. Het personeelslid mag pas weer naar school als hij/zij na deze 7 dagen ook 24 uur geen klachten meer heeft. Zie voor informatie: lci.rivm.nl/ leefregels.

• Als iemand in het huishouden van het personeelslid koorts boven 38°C en/of benauwdheidsklachten heeft, blijft het personeelslid ook thuis.

• Als iedereen binnen het huishouden 24 uur geen klachten heeft, mag het personeelslid weer naar school.

• Als iemand in het huishouden van het personeelslid getest is voor COVID-19 en een positieve uitslag heeft, moet het personeelslid wachten tot die persoon 24 uur klachtenvrij is en dan 10 extra dagen thuisblijven.

 Personeelsleden met klachten nemen contact op met de bedrijfs-/ Arbo -arts.

Specifiek zijn de volgende maatregelen van kracht:

• Personeelsleden met corona gerelateerde klachten worden getest conform het landelijk testbeleid en opgestelde uitgangspunten. De regie van het testbeleid ligt bij de GGD. Als de continuïteit van het onderwijs in gevaar is, kan er met voorrang worden getest. De locatieleider dient hiervoor een voorrangsformulier te ondertekenen en er dient een speciaal telefoonnummer te worden gebeld.

• Je blijft thuis tot de uitslag bekend is (overleg met werkgever over welke werkzaamheden je eventueel vanuit huis kunt doen).

• Personeelsleden die in een risicogroep vallen, kunnen worden vrijgesteld van werk op school (keuze medewerker in overleg met de bedrijfs-/Arbo -arts of behandelend arts en werkgever).

• Personeelsleden met gezinsleden die in een risicogroep vallen, kunnen worden vrijgesteld van werk op school (keuze medewerker in overleg met de werkgever en behandelend arts).

• Een personeelslid dat niet tot de risicogroep behoort maar zich wel ernstig zorgen maakt, gaat hierover in gesprek met zijn werkgever. In dat gesprek wordt beoordeeld of tot afspraken gekomen kan worden over de precieze invulling van de werkzaamheden. Indien een individueel personeelslid toch behoefte heeft aan persoonlijke beschermingsmiddelen, kan daarover overlegd worden. Vanuit veiligheidsoverwegingen is het niet nodig.

• Medische informatie van het personeelslid wordt niet zonder toestemming gedeeld met de collega’s of ouders.

• De bedrijfs-/Arbo -arts kan hierbij betrokken worden.

 

Wat als er een vermoeden is dat een werknemer het coronavirus heeft maar dit niet is vastgesteld?

Indien er een vermoeden is dat een werknemer besmet is met het coronavirus, mag de werkgever de werknemer verzoeken thuis te blijven of naar huis te gaan. Dat kan zijn omdat de werknemer aangeeft op bepaalde plaatsen te zijn geweest of dat hij/zij met bepaalde personen in contact is geweest. Ook kan het zijn dat de werknemer bepaalde ziekteverschijnselen heeft (koorts, verkouden, hoesten). Onder normale omstandigheden is het niet gebruikelijk om een werknemer thuis te laten zijn, maar onder de huidige omstandigheden is dat wel mogelijk ter bescherming van anderen.

Personeel moet tot 10 dagen na een verblijf in een oranje of rood land thuis blijven en mag niet op school of op het schoolplein komen. Leerlingen van 4 tot en met 12 jaar mogen wel naar school, kinderopvang en aan sportactiviteiten deelnemen, tenzij zij gezondheidsklachten hebben. Richtlijn RIVM: neusverkouden kinderen tot 13 jaar zonder andere klachten en die niet in contact zijn geweest met iemand die positief getest is mogen gewoon naar school.

——————————————————————————–

Beleidslijn  HSV:

De HSV handelt conform het bovenstaande. Het is verstandig zoveel mogelijk te ventileren.

Neusverkouden leerlingen tot 13 jaar zonder andere klachten en die niet in contact zijn geweest met iemand die positief getest is mogen gewoon naar school.

Leerlingen en personeel met aanhoudende klachten met een voor hen bekende oorzaak (hooikoorts of chronische verkoudheidsklachten) hoeven niet geweerd te worden, tenzij de symptomen veranderen. Bij klachten anders dan iemand gewend is, moet de leerling of het personeelslid thuisblijven tot de (nieuwe) klachten voorbij zijn. Ouders en onderwijspersoneel kunnen contact leggen met de huisarts of met GGD Haaglanden (nationaal nummer 0800-1202). https://lci.rivm.nl/langdurig-neusverkouden-kinderen

Bij 3 of meer gevallen van ziekte van vermoedelijk infectueuze aard meldt de locatieleider dit aan de GGD en aan de directeur/het bestuur. De GGD bepaalt welke maatregelen op school moeten worden genomen.

Als een personeelslid met deze ziekte verschijnselen naar huis gaat, meldt deze zich z.s.m. bij de GGD voor een test. Op dit moment zijn er testcentra in Nootdorp, Naaldwijk en Leidschendam. Is de test negatief dan kan betrokkene direct weer aan het werk (en hoeft dus niet uit te zieken van bijv. een verkoudheid). Is de test positief dan moet de collega thuisblijven en uitzieken tot minstens 7 dagen na het ontstaan de klachten en mag pas weer naar school als hij/zij geen klachten meer heeft.

De schoolleiding bespreekt met de GGD welke maatregelen in de school genomen moeten worden bij een positieve test. Het zieke personeelslid mag worden vervangen. Als de schoolleiding zelf de indruk heeft dat het positief geteste personeelslid veel contacten heeft gehad met collega’s zonder daarbij de 1,5m in acht te nemen, dan wordt dit gemeld aan de GGD. In dat geval vindt overleg plaats met de betrokken personeelsleden. In overleg met het bestuur kan indien nodig de beslissing worden genomen om de betrokken personeelsleden te vervangen of de betreffende groepen tijdelijk naar huis te sturen.

Over het naar huis sturen van groepen en over het positief testen vindt altijd communicatie plaats naar alle ouders en personeel van de locatie. Dit protocol zal worden gepubliceerd op de website.

Als een leerling contact heeft gehad met iemand met een bevestigde COVID-19 (minimaal 15 minuten binnen 1,5 meter) dan moet de leerling thuisblijven en is het belangrijk om de leerling te testen als hij/zij klachten krijgt. Na de test blijft de leerling thuis in afwachting van de testuitslag. Een leerling die negatief getest is kan weer naar school.